Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 27 januari 2021

Overwegingen D66 bij de Goudse Noodverordening

Evert Bobeldijk: fractievoorzitter D66 Gouda

Op 25 januari is in Gouda een noodbevel afgekondigd in verband met verwachte rellen in Korte Akkeren en Oosterwei. Op 26 januari is een nieuwe noodverordening van kracht geworden voor een langere periode. Doel is om eventuele rellen rondom de avondklok vroegtijdig in de kiem te smoren en op te kunnen  treden tegen mensen die oproepen tot ongeregeldheden of plannen hebben eraan deel te nemen.

Een noodverordening moet voldoen aan drie strenge voorwaarden, hij dient: proportioneel, gericht op een (beperkt) specifiek gebied en tijdelijk te zijn.

In het licht van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen is het logisch dat de roep om stevige maatregelen luid klinkt, Het is ontoelaatbaar dat een kleine groep raddraaiers het veiligheidsgevoel van zoveel Gouwenaars aantast. We kunnen niet tolereren dat deze groep doorgaat met rellen en vernielen en het goede werk van onze handhavers en hulpverleners onmogelijk maakt. Natuurlijk is het wel zo, dat deze noodverordening bovenop een groot aantal maatregelen komt die onze vrijheden al stevig beperken. De scholen zijn al gesloten, winkels en horeca zijn al dicht, we mogen maar zeer beperkt bij onze familie op bezoek en  we kennen al een avondklok. Dat is al heel fors en vraagt al een groot offer van onze inwoners. De stap naar een noodverordening wordt daardoor ook kleiner en juist dat maakt het voor ons nog belangrijker om die stap duidelijk te markeren. De noodverordening lijkt in dit geval een duidelijke relatie te hebben met de te bestrijden risico’s en ook proportioneel te zijn, maar terughoudendheid is geboden

Een noodverordening dient gericht te zijn op een specifiek gebied, waarbinnen de risico’s gelden. De huidige verordening bestrijkt een fors deel van onze stad. Natuurlijk bestaat het risico van een waterbedeffect. Als de aangewezen gebieden te klein zijn, kunnen problemen zich verplaatsen naar de plekken waar de verordening niet geldt. De angst voor een waterbedeffect zou er naar onze mening niet toe moeten leiden dat we te gemakkelijk naar een noodverordening grijpen voor delen van onze stad, waar geen dreiging geldt.

Een noodverordening dient tijdelijk te zijn. Hierin schuilt de grootste zorg van D66. Dit is een van de zwaarste maatregelen die we als bestuur van deze gemeente kunnen nemen, met grote gevolgen voor de vrijheden van onze inwoners. Bij zo’n maatregel zou je bijna per uur willen bezien of hij nog proportioneel is en of de periode niet beëindigd moet worden. We roepen de burgemeester dan ook op om die noodzakelijke tijdelijkheid van de maatregel steeds in gedachte te houden.

Wat D66 betreft is deze maatregel nu proportioneel, zijn de gekozen risico-gebieden logisch, maar wel ruim bemeten, en komt er zo snel mogelijk weer een einde aan de werking van deze verordening. Nu doorpakken voor de veiligheid van onze inwoners en ondernemers en zo snel mogelijk terug naar een situatie zonder deze forse vrijheidsbeperkingen. We mogen dan wel in een tijd leven die niet normaal is, dat betekent niet dat we te gemakkelijk maatregelen moeten normaliseren die ook niet normaal zijn.